Motor AVB: Voor het AVB-examen (Voertuigbeheersing)

Cluster 1
Achteruitrijden
  • Lopend parkeren
Wat je leert:

Je loopt links van de motor, parkeert deze achteruit in een vak, zet hem op de zijstandaard en loopt daarna vooruit het vak weer uit.

Waarom je dit leert:

Veilig handmatig manoeuvreren op krappe plekken, hellingen of trottoirs zonder de motor te starten.

Cluster 2
Lage snelheid
  • Langzame slalom
  • Denkbeeldige acht
  • Stapvoets rechtdoor
  • Halve draai (L / R)
  • Wegrijden uit parkeervak
Wat je leert:

Met een slippende koppeling, voetrem en stabiel gas sturen bij zeer lage snelheden zonder je voeten aan de grond te zetten.

Waarom je dit leert:

Optimale balans en controle behouden tijdens het rijden in de file, bij het nemen van scherpe bochten of in druk stadsverkeer.

Cluster 3
Hoge snelheid
  • Uitwijkoefening
  • Snelle slalom
  • Vertragingsoefening
Wat je leert:

Met een snelheid van 50 km/u effectief sturen, de motor vlot kantelen en via een tegenstuurreactie obstakels ontwijken.

Waarom je dit leert:

Razendsnel een plotseling obstakel op de weg (zoals openslaande deuren of lading) kunnen ontwijken zonder grip te verliezen.

Cluster 4
Remtechniek
  • Noodstop
  • Precisiestop
  • Stopproef
Wat je leert:

Bij 50 km/u maximaal en gecontroleerd remmen met zowel de voor- als achterrem, met de koppeling volledig ingeknepen.

Waarom je dit leert:

De kortst mogelijke remweg behalen in noodsituaties, zodat je een aanrijding met overstekend verkeer of plots remmende voorgangers voorkomt.

Proefles Aanvragen

Ben je benieuwd of onze rijschool bij jou past? Een rijbewijs halen is een grote stap, en daarom vinden wij het belangrijk dat jij je prettig voelt in de auto. Tijdens een proefles maak je op een ontspannen manier kennis met je vaste instructeur en onze moderne lesauto.

module 2 4 clusters AVB Examen.

 

Verplichte oefeningen tijdens AVB Examen

Het AVB-examen (Algemene Voertuigbeheersing) Is
Het eerste praktijkgedeelte van je motoropleiding het richt zich volledig op de motorbeheersing.
In 2026 bestaat het examen uit 12 mogelijke oefeningen, verdeeld over vier clusters.

Hoe werkt het examen?

Tijdens het examen voer je in totaal 7 oefeningen uit.
4 oefeningen zijn verplicht: Lopen met de motor, de langzame slalom, de uitwijkoefening en de noodstop.
  • 3 oefeningen kiest de examinator: Uit de overgebleven clusters wordt per cluster één extra oefening gekozen.
  • Beoordeling: Je mag elke oefening één keer herkansen. Om te slagen, moet je minimaal 5 van de 7 oefeningen voldoende afronden, waarbij je in elk cluster minimaal één voldoende moet halen.

cluster 1 Lopen en parkeren

Lopen met de motor (verplicht) en achteruit inparkeren.

  • Je parkeert al lopend de motor achteruit in een parkeervak. De motor blijft daarbij in evenwicht en er ontstaat geen gevaar, hinder of schade.
    1. Loop met de motor uitgeschakeld aan de linkerzijde, je houdt beide handen aan het stuur.
    2. Houd de voorrem bedienbaar en gebruik deze indien nodig.
    3. Verplaats al lopend de motor langs de rechterzijde van de rijbaan tot voorbij een denkbeeldig parkeervak.
    4. Loop achteruit met minstens één hand aan het stuur.
    5. Loop in een bocht achteruit en parkeer de motor in het vak.
    6. Plaats de motor op de standaard.
    7. Haal de motor van de standaard.
    8. Loop vooruit uit het parkeervak en buig af naar rechts.
    9. Loop langs de denkbeeldige rechterzijde van de rijbaan tot de laatste pylon.

Cluster 2 Ofeningen lage snelheid

  • Cluster 2: Langzame slalom. Filmpje

  • Je rijdt in een slalom tussen alle pylonnen door terwijl je de motor in balans houdt.
    1. Rijd in een rechte lijn tot aan de eerste pylon (rijdend of vanuit stilstand).
    2. Regel de snelheid indien nodig met gas geven en de voetrem en gebruik een slippende koppeling (dit laatste is verplicht).
    3. Stuur terwijl je afschuint, zonder je bovenlijf mee te laten hangen en/of door het stuur te verdraaien.
    4. Rijd een slalom met een combinatie van linker- en rechterbochten om alle pylonen.
    5. Rijd na de laatste pylon weer weg in rechte lijn.
  • Cluster 2: Wegrijden parkeervak.filmpje

  • Je rijdt vanuit stilstand met een gecontroleerde bocht naar links of rechts.
    1. Plaats de motor haaks op de rijbaan met het voorwiel tegen de denkbeeldige rijbaan. Wacht op aanwijzingen van de instructeur voor de vertrekkingsrichting.
    2. Houd tijdens stilstand één voet aan de grond.
    3. Rijd in een gecontroleerde bocht met een slippende koppeling haaks weg en vervolg daarna enkele meters rechtdoor.
    4. Blijf binnen de gemarkeerde rijbaan.
    5. Regel de snelheid met gas, de koppeling en eventueel de voetrem.

  • Cluster 2: Denkbeeldige acht.filmpje

  • Je rijdt een complete acht binnen een rechthoek.
    1. Rijd vanaf een van de korte kanten aan de rechterzijde de rechthoek in.
    2. Rijd met een licht trekkende motor.
    3. Rijd naar het einde van de rechthoek.
    4. Begin de acht met een linkerbocht (halve draai).
    5. Gebruik de juiste afschuintechniek met tegenleunen om de bochtstraal te verkleinen.
    6. Houd een gelijkmatige snelheid aan en gebruik indien nodig de voetrem en een slippende koppeling.
    7. Rijd één complete acht.

  • Cluster 2: Stapvoets rijden.filmpje

  • Je rijdt stapvoets in een rechte lijn. Let hierbij op je snelheid, balans en juiste bediening.
    1. Rijd rechtdoor in een rechte lijn.
    2. Rijd met een licht trekkende motor.
    3. Houd een voetgangerssnelheid aan over een lengte van 20 meter.
    4. Rijd in een rechte lijn, parallel aan de meelopende instructeur.
    5. Houd de snelheid constant met een slippende koppeling en indien nodig de voetrem.
    6. Stop voor het aangegeven punt, gebruik de voorrem indien nodig.
    7. Houd de voeten op de voetsteunen tijdens het rijden.

  • Cluster 2: Halve draai L of R. filmpje

  • Je maakt binnen de rijbaanbreedte in een vloeiende beweging een halve draai naar links of rechts.
    1. Rijd aan de linker- of rechterzijde in.
    2. Rijd met een licht trekkende motor.
    3. Begin de halve draai na de tweede pylon en rij in een vloeiende beweging terug langs de denkbeeldige achterlijn naar het startpunt.
    4. Pas de juiste afschuintechniek toe met tegenleunen om de bochtstraal te verkleinen.
    5. Houd de snelheid zo constant mogelijk en gebruik indien nodig de voetrem en een slippende koppeling.

1 Langzame slalom

  • Je rijdt in een slalom tussen alle pylonnen door terwijl je de motor in balans houdt.
    1. Rijd in een rechte lijn tot aan de eerste pylon (rijdend of vanuit stilstand).
    2. Regel de snelheid indien nodig met gas geven en de voetrem en gebruik een slippende koppeling (dit laatste is verplicht).
    3. Stuur terwijl je afschuint, zonder je bovenlijf mee te laten hangen en/of door het stuur te verdraaien.
    4. Rijd een slalom met een combinatie van linker- en rechterbochten om alle pylonen.
    5. Rijd na de laatste pylon weer weg in rechte lijn.

2 Wegrijden parkeervak

  • Je rijdt vanuit stilstand met een gecontroleerde bocht naar links of rechts.
    1. Plaats de motor haaks op de rijbaan met het voorwiel tegen de denkbeeldige rijbaan. Wacht op aanwijzingen van de instructeur voor de vertrekkingsrichting.
    2. Houd tijdens stilstand één voet aan de grond.
    3. Rijd in een gecontroleerde bocht met een slippende koppeling haaks weg en vervolg daarna enkele meters rechtdoor.
    4. Blijf binnen de gemarkeerde rijbaan.
    5. Regel de snelheid met gas, de koppeling en eventueel de voetrem

3 Denkbeeldige acht

  • Je rijdt een complete acht binnen een rechthoek.
    1. Rijd vanaf een van de korte kanten aan de rechterzijde de rechthoek in.
    2. Rijd met een licht trekkende motor.
    3. Rijd naar het einde van de rechthoek.
    4. Begin de acht met een linkerbocht (halve draai).
    5. Gebruik de juiste afschuintechniek met tegenleunen om de bochtstraal te verkleinen.
    6. Houd een gelijkmatige snelheid aan en gebruik indien nodig de voetrem en een slippende koppeling.
    7. Rijd één complete acht.

4 Halve draai link/Rechtsom

  • Je maakt binnen de rijbaanbreedte in een vloeiende beweging een halve draai naar links of rechts.
    1. Rijd aan de linker- of rechterzijde in.
    2. Rijd met een licht trekkende motor.
    3. Begin de halve draai na de tweede pylon en rij in een vloeiende beweging terug langs de denkbeeldige achterlijn naar het startpunt.
    4. Pas de juiste afschuintechniek toe met tegenleunen om de bochtstraal te verkleinen.
    5. Houd de snelheid zo constant mogelijk en gebruik indien nodig de voetrem en een slippende koppeling.

Cluster 3 Oefeningen hoge snelheid.

Cluster 3: Uitwijkoefening. filmpje

Je ontwijkt een obstakel door naar links uit te wijken. Daarna kom je weer terug op je eigen weghelft.
  1. Rijd rechtdoor in een rechte lijn met een snelheid van 50 km/u.
  2. Zet na het eerste poortje een uitwijkbeweging naar links in zonder de remmen te gebruiken (tegensturen is toegestaan om de motor af te schuinen).
  3. Ontwijk het denkbeeldige obstakel en keer terug naar de eigen weghelft.
  4. Passeer de laatste pylon aan de rechterkant.

Cluster 3: Snelle slalom. filmpje

Je rijdt met een hogere snelheid in een vloeiende lijn bochten naar links en rechts.
  1. Rijd in een rechte lijn aan op de eerste pylon.
  2. Rijd met een licht trekkende motor.
  3. Houd een constante snelheid van minstens 30 km/u aan.
  4. Rijd een slalom door bochten.
  5. Stuur terwijl je afschuint, zonder je bovenlijf mee te laten hangen
  6. Rijd na de laatste pylon in een rechte lijn weg.

    cluster 3 : vertragingsoefening filmpje

 

  1. Vertrek vanuit stilstand en accelereer naar 50 km/u, minimaal in de derde versnelling.
  2. Bij het naderen van het poortje draai je het gas dicht en rem je direct met beide remmen.
  3. Ontkoppel en schakel een versnelling terug.
  4. Geef gas en ga het slalomdeel in met 30 km/u, waarbij je stopt met remmen en de koppeling loslaat. Met trekkracht begin je aan de eerste bocht van de slalom.
  5. Vervolg de slalom met een licht trekkende motor en behoud een constante snelheid van minstens 30 km/u.
  6. Stuur vanuit de heupen.
  7. Rij na de laatste pylon in een rechte lijn verder.

1 Uitwijkoefening

Cluster 3: Uitwijkoefening. filmpje

Je ontwijkt een obstakel door naar links uit te wijken. Daarna kom je weer terug op je eigen weghelft.
  1. Rijd rechtdoor in een rechte lijn met een snelheid van 50 km/u.
  2. Zet na het eerste poortje een uitwijkbeweging naar links in zonder de remmen te gebruiken (tegensturen is toegestaan om de motor af te schuinen).
  3. Ontwijk het denkbeeldige obstakel en keer terug naar de eigen weghelft.
  4. Passeer de laatste pylon aan de rechterkant

2 Snelle slalom

Je rijdt met een hogere snelheid in een vloeiende lijn bochten naar links en rechts.
  1. Rijd in een rechte lijn aan op de eerste pylon.
  2. Rijd met een licht trekkende motor.
  3. Houd een constante snelheid van minstens 30 km/u aan.
  4. Rijd een slalom door bochten.
  5. Stuur terwijl je afschuint, zonder je bovenlijf mee te laten hangen
  6. Rijd na de laatste pylon in een rechte lijn weg.

3 Vertragingsoefening

 

  1. Vertrek vanuit stilstand en accelereer naar 50 km/u, minimaal in de derde versnelling.
  2. Bij het naderen van het poortje draai je het gas dicht en rem je direct met beide remmen.
  3. Ontkoppel en schakel een versnelling terug.
  4. Geef gas en ga het slalomdeel in met 30 km/u, waarbij je stopt met remmen en de koppeling loslaat. Met trekkracht begin je aan de eerste bocht van de slalom.
  5. Vervolg de slalom met een licht trekkende motor en behoud een constante snelheid van minstens 30 km/u.
  6. Stuur vanuit de heupen.
  7. Rij na de laatste pylon in een rechte lijn verder.

Cluster 4 Remmen

Je voert een maximale remming uit zonder de controle over de motor te verliezen.

Je voert een gelijkmatige remming uit met een vooraf bepaalde lengte.

  1. Rijd rechtdoor met 50 km/u.
  2. Sluit het gas en rem direct met beide remmen bij het poortje.
  3. Verdeel de remweg over 17 meter.
  4. Rem gelijkmatig zonder grote correcties in remkracht.
  5. Stop vlak voor het tweede poortje.
  6. Als het toerental voldoende is gedaald, schakel je kort voor stilstand naar de eerste versnelling.
  • cluster 4 : stopproef filmpje

  • Je voert een technisch juiste remming uit met een korte remweg, zonder dat er sprake is van een noodstop.
  1. Rijd rechtdoor met een constante snelheid van 50 km/u.
  2. Start met remmen bij het poortje en ontkoppel direct.
  3. Gebruik beide remmen met nadruk op de voorrem.
  4. Minimaliseer de remweg.
  5. Houd de motorfiets onder controle.
  • cluster 4 : precisiestop filmpje

  • Je voert een technisch juiste remming uit met een korte remweg, zonder dat er sprake is van een noodstop.

1. Rijd rechtdoor met 50 km/u.
2. Ontkoppel bij het poortje als het toerental voldoende is gedaald.
3. Voer een forse, technisch correcte remming uit tot stilstand.
4. Schakel kort voor stilstand terug naar de eerste versnelling.

1 Noodstop

Je voert een gelijkmatige remming uit met een vooraf bepaalde lengte.

  1. Rijd rechtdoor met 50 km/u.
  2. Sluit het gas en rem direct met beide remmen bij het poortje.
  3. Verdeel de remweg over 17 meter.
  4. Rem gelijkmatig zonder grote correcties in remkracht.
  5. Stop vlak voor het tweede poortje.
  6. Als het toerental voldoende is gedaald, schakel je kort voor stilstand naar de eerste versnelling.

2 Stopproef

  • Je voert een technisch juiste remming uit met een korte remweg, zonder dat er sprake is van een noodstop.
  1. Rijd rechtdoor met een constante snelheid van 50 km/u.
  2. Start met remmen bij het poortje en ontkoppel direct.
  3. Gebruik beide remmen met nadruk op de voorrem.
  4. Minimaliseer de remweg.
  5. Houd de motorfiets onder controle.

3 Precisiestop

  • Je voert een technisch juiste remming uit met een korte remweg, zonder dat er sprake is van een noodstop.

1. Rijd rechtdoor met 50 km/u.
2. Ontkoppel bij het poortje als het toerental voldoende is gedaald.
3. Voer een forse, technisch correcte remming uit tot stilstand.
4. Schakel kort voor stilstand terug naar de eerste versnelling.

Proefles Aanvragen

Ben je benieuwd of onze rijschool bij jou past? Een rijbewijs halen is een grote stap, en daarom vinden wij het belangrijk dat jij je prettig voelt in de auto. Tijdens een proefles maak je op een ontspannen manier kennis met je vaste instructeur en onze moderne lesauto.

Waarom kiezen voor Verkeersschool Start & Go ?

In een stedelijke omgeving met complexe rotondes en snelweg-knooppunten heb je een rijschool nodig die verder kijkt dan de standaardregels. Bij ons leer je écht rijden in Parkstad.
Stedelijke Specialisten: In Heerlen leer je navigeren door druk verkeer en complexe kruispunten als geen ander. Wij maken je meester over je informatieverwerking, zodat je altijd je ruimtekussen bewaakt.
  • 100% Persoonlijke Focus: Wij lessen altijd zonder andere leerlingen achterin. Alle aandacht van de instructeur is voor jouw leerproces en besluitvaardigheid.
  • Specialisme in ADHD, Autisma ASS en Rijangst/Faalangst: Heb je extra rust of structuur nodig? Wij zijn dé experts in Parkstad voor leerlingen met autisme, ADHD of rijangst. We creëren een veilige omgeving waarin jij durft te groeien.
  • Modern en Digitaal: Via de On My Way app volg je jouw digitale leskaart. Bekijk instructievideo’s over de lastige situaties in Heerlen en plan zelf je lessen in wanneer het jou uitkomt.
  • Motor- en Autorijles: Of je nu de stad wilt doorkruisen op de motor (A) of kiest voor de auto (B – Schakel of Automaat), wij hebben het juiste pakket voor je.
  • Jouw ‘Go’ in Voerendaal
  • Wij kennen de weg in Heerlen, Hoensbroek, Brunssum en Landgraaf als onze broekzak en weten precies hoe we je moeten voorbereiden op het praktijkexamen bij het CBR .
  • Klaar om te starten?
    Meld je vandaag nog aan voor een proefles en ervaar hoe wij van jouw rijopleiding een succesverhaal maken.